MishandelingMishandeling is het toebrengen van letsel aan een ander door het opzettelijk benadelen van diens gezondheid.[1] Ook iemand vergiftigen of opzettelijk besmetten met een ziekte (bijvoorbeeld inspuiten met HIV-positief bloed) wordt gezien als mishandeling. Emotionele of psychische mishandeling, door iemand geestelijk of emotioneel te kwellen, angst aan te jagen of te vernederen, wordt beschouwd als een afzonderlijke vorm van mishandeling. Deze variant valt onder dezelfde wet, maar is doorgaans lastiger te bewijzen. De gevolgen ervan kunnen echter ernstig zijn en leiden tot complexe posttraumatische stressstoornis (CPTSS).[2] Door diverse instanties wordt gepleit om deze vorm van mishandeling expliciet op te nemen in het Nederlandse strafrecht.[3] Naast het algemene begrip mishandeling kent men enkele bijzondere vormen van mishandeling:
Wettelijke situatie in EuropaIn het arrest Šečić v. Croatia[4] bepaalde het EHRM op basis van artikel 1 en aritkel 3 van het EVRM dat staten maatregelen moeten nemen zodat privépersonen geen personen mishandelen en dergelijke mishandelingen moeten onderzoeken. Wettelijke situatie in NederlandEuropese deel van NederlandIn het Nederlandse Wetboek van Strafrecht wordt mishandeling strafbaar gesteld in de artikelen 300-306 voor een individu en in artikel 141 voor groepen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen 'gewone' mishandeling en zware mishandeling. Als iemands handeling erop gericht was om iemand een zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, is er sprake van zware mishandeling. Anders is het 'gewone' mishandeling. Zwaar lichamelijk letsel is bijvoorbeeld een gebroken neus (de Hoge Raad heeft zich hier over uitgelaten: Alleen indien blijvend ontsierend, in de regel geen zwaar lichamelijk letsel. Hangt af van het genezingsproces) of een blijvend letsel. De maximumstraf is mede afhankelijk van de ernst van de gevolgen, zoals getoond in de volgende tabel. Mishandeling met de dood tot gevolg wordt onderscheiden van doodslag en dood door schuld. Naar de Artikel 302 Wetboek van Strafrecht ("2.Indien het feit de dood ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste tien jaren of geldboete van de vijfde categorie."), spreekt in feite over moord als een onvrijwillig gevolg van kwaadwillig letsel (van het Latijnse "praeter intentionem" [omicidio preterintenzionale: art. 222-7 code pénal; art. 584 codice penale; art. 227 stgb]: het gaat verder dan de intentie om te verwonden).[5][6]
* Op grond van een reeds aangenomen wetsvoorstel werd op 1 februari 2006 de maximumstraf voor eenvoudige mishandeling verhoogd van 2 naar 3 jaar. Artikel 304 beschrijft nog enkele strafverzwarende omstandigheden:
BES-eilandenIn het Nederlandse Wetboek van Strafrecht BES wordt mishandeling strafbaar gesteld in de artikelen 313-319.
Artikel 317 beschrijft nog enkele strafverzwarende omstandigheden:
Wettelijke situatie in BelgiëMishandeling wordt in het Strafwetboek behandeld in Titel VIII. - "Misdaden en wanbedrijven tegen personen", en daarvan Afdeling II. - "Opzettelijk doden, niet doodslag genoemd, en opzettelijk toebrengen van lichamelijk letsel" (artikel 398-405, 409, 401 [homicide praeter intentionem],[7] en 410). Het woord 'mishandeling' wordt hier overigens niet gebruikt. Het kerngedeelte uit deze afdeling luidt: Hij die opzettelijk verwondingen of slagen toebrengt... Aspecten die de strafmaat beïnvloeden zijn:
Vrouwenbesnijdenis wordt sinds 2000 in een afzonderlijk artikel (art. 409) strafbaar gesteld. Zie ookBronnen, noten en/of referenties
Information related to Mishandeling |