Reeds in de eerste plannen van 1831 zou een spoorlijn van Antwerpen richting Duitsland over Lier lopen. Latere tracés verlegden deze verbinding echter via Mechelen of via Grobbendonk en Herentals, zeer tot ongenoegen van het Lierse stadsbestuur, dat de stad beschouwde als de vanzelfsprekende toegangspoort naar de Kempen. Ook was er lange tijd betwisting of de lijn vanuit Lier beter naar Kontich dan wel naar Duffel zou lopen. De spooraansluiting werd concreet toen een concessie voor een spoorlijn Lier-Turnhout bij de wet van 1 mei 1853 werd goedgekeurd. Medio maart 1855 reden de eerste treinen over het traject Kontich-Herentals, en de officiële openstelling volgde op 19 en 23 april 1855 (resp. goederen- en reizigersdienst).[2]
De verbinding met Antwerpen via Boechout werd aangelegd door concessiehouder Nord de la Belgique, en werd geopend in juli 1864. Daarmee werd het station van Lier een gemeenschappelijk station voor drie maatschappijen: de Belgische Staat (Lier-Kontich), de concessie Lier-Turnhout en Grand Central Belge (Antwerpen-Lier).
Rond Lier bestonden nog enkele kleinere spoorlijnen, zoals het “SAFI”-spoor naar Oelegem, en een spoorlijn naar Duffel, aangelegd rond de Eerste Wereldoorlog en opgebroken in 1937, nadat de verbindingsbocht op spoorlijn 13 was aangelegd.
De naast het station gelegen overweg aan de Antwerpsesteenweg zorgde voor eindeloos oponthoud, mede omdat door een slordig ontwerp enkele stationswissels voorbij de overweg lagen, waardoor die lange tijd gesloten bleef vanwege rangeerwerk. In 1903 volgde de aanbesteding voor een voetgangerstunnel. Pas op 12 juli 1983 werd ook een autotunnel in gebruik genomen, en verdween de overweg.
Stationsgebouw
Het stationsgebouw zelf werd pas gebouwd in 1861. Tot dan fungeerde de kelder van het Casino aan het Leopoldplein als dienstgebouw. De bouw van een nieuw station liep vertraging op door meningsverschillen tussen de Belgische Staat en de concessie Lier-Turnhout. Het ontwerp is van architectAuguste Payen (junior), die onder meer ook de stations van Gent-Zuid en Verviers-Oost ontwierp. Het is gebouwd in neoclassicistische stijl.[3][4] Het centrale deel heeft twee verdiepingen (gelijkvloers en een verdieping erop) en bestaat uit vijf traveeën. Links en rechts ervan staan zijgebouwen van vier traveeën.
Na de bouw van het stationsgebouw verliep de stadsuitbreiding traag. In de jaren 1880 werden enkele nieuwe straten rond het station aangelegd, maar pas vanaf de eeuwwisseling kon gesproken worden van een verkavelingsbeweging en ontstond een nieuwe wijk rondom het station.
Het Leopoldplein werd het commerciële centrum van de buurt. Rond 1900 kwamen er een aantal industriële gebouwen bij, waaronder een kantfabriek, een weverij, een drukkerij en een stoomhoutzagerij. Verder kwamen er loodsen voor de opslag van allerhande goederen.
Op 29 september 1914 werd Lier voor de eerste maal beschoten door de Duitsers, met veel schade in de wijk rondom het station. Vele huizen werden vernield of beschadigd.
Het station werd verschillende malen opgeknapt. Het uitzicht ervan werd enkele keren veranderd, eerst door een grote telefoonmast op het dak (van ca. 1900 tot ca. 1935), in de tweede helft van de 20e eeuw met de vervanging van de glazen luifel door een gesloten exemplaar, en door de masten bij de elektrificatie van spoorlijnen in België. Sinds 1995 is het gebouw beschermd als monument.[3]
Het station is naar 21e-eeuwse normen verouderd, vanwege het gedateerde gebouw, de te lage perrons,[5] het ontbreken van roltrappen of liften, en de povere of onbestaande fietsgoten langs de trappen.
De grafiek en tabel geven het gemiddeld aantal instappende reizigers weer op een week-, zater- en zondag.[6]
Tabel: aantal instappende reizigers station Lier
Weekdag
Zaterdag
Zondag
1977
2 199
403
373
1978
2 344
389
339
1979
2 037
459
408
1980
2 337
540
567
1981
3 517
928
1 108
1982
3 301
1 220
987
1983
3 104
925
1 058
1984
4 274
1 363
1 209
1985
4 544
1 359
1 391
1986
4 479
1 635
1 251
1987
4 480
1 519
1 439
1988
4 709
1 659
1 853
1989
4 593
1 757
1 547
1990
4 659
2 131
1 914
1991
4 909
2 120
1 895
1992
4 638
2 293
2 090
1993
4 533
2 275
2 002
1994
4 791
1 971
1 388
1995
4 093
1 943
1 941
1996
5 209
1 807
1 531
1997
4 639
2 144
2 305
1998
4 748
1 465
1 428
1999
4 772
1 324
1 160
2000
5 269
1 454
1 366
2001
4 833
1 190
1 128
2002
4 619
1 373
1 428
2003
4 536
1 356
1 390
2004
4 992
1 520
1 413
2005
4 800
1 674
1 872
2006
5 168
1 504
1 570
2007
5 020
1 538
1 550
2008
-
-
-
2009
4 880
1 508
1 522
2010
-
-
-
2011
-
-
-
2012
5 432
1 555
1 900
2013
5 699
1 944
1 819
2014
5 711
1 871
1 927
2015
5 417
1 846
1 981
2016
5 393
1 774
1 979
2017
5 766
1 933
2 193
2018
5 651
2 256
2 251
2019
5 724
2 037
2 092
2020
3 692
1 462
1 720
2021
-
-
-
2022
5 250
2 475
2 945
2023
5 191
2 658
2 579
Spectaculair ongeval
Op 3 juni 2004 kwam een goederentrein met 24 wagons, die vanuit Antwerpen het station binnenreed, op een uitwijkspoor in botsing met twee geparkeerde diesellocomotieven (type 62) van Infrabel. De voorste locomotief ging bij de botsing door het stootblok en belandde boven op de voetgangerstunnel onder de sporen. Een van de geparkeerde locomotieven werd tot schroot verklaard. Achteraf bleek dat de bestuurder van de goederentrein dronken was.[7]
↑De bron voor de gegevens is NMBS – Reizigerstellingen. De tellingen worden meestal uitgevoerd in de maand oktober: gedurende 9 opeenvolgende dagen (5 werkdagen en de 2 omliggende weekends) worden dan door het stations- en treinbegeleidingspersoneel visuele tellingen verricht. De methode bestaat erin het aantal in- en uitstappende reizigers te tellen in alle stations en stopplaatsen en dit voor alle treinen van het binnenlands verkeer. Het getal naast het kopje 'weekdag' slaat op het gemiddeld aantal opstappende (dus niet het aantal afstappende) reizigers op een weekdag (maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag opgeteld gedeeld door vijf), zaterdag en zondag staan apart vermeld. De cijfers geven een indicatie en hebben een foutenmarge, die in sommige gevallen aanzienlijk kan zijn.
↑ abDe Bot, Hugo, Robert Slegers, AndréDagant, Dominique Verhaegen (1985). Lier 1860. De geschiedenis van het Station en de Spoorwegen te Lier., Lier, pp. 176. Geraadpleegd op 20 september 2020.
↑De bron voor de gegevens zijn de jaarlijks door de NMBS in oktober uitgevoerde reizigerstellingen. Stationspersoneel en treinbegeleiders tellen dan visueel gedurende negen opeenvolgende dagen (vijf werkdagen en de twee aansluitende weekends) in alle stations en stopplaatsen het aantal instappende reizigers en dit voor alle binnenlandse treinen. De groene balk geeft het gemiddeld aantal opstappende (dus niet het aantal afstappende) reizigers weer op een weekdag (maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag opgeteld en gedeeld door vijf). Zaterdag wordt weergegeven door de blauwe en zondag door de rode balk. De cijfers geven een indicatie en hebben een foutenmarge, die in sommige gevallen aanzienlijk kan zijn. In 2008, 2010, 2011 en 2021 (corona) werden geen tellingen uitgevoerd. De gegevens zijn online raadpleegbaar, zoekterm Reizigerstellingen